4.10 Toelichting op de balans per 31 december 2025
4.10.1. Vastgoedbeleggingen
Het verloop van de vastgoedbeleggingen is in het onderstaande schema samengevat.
| DAEB vastgoed in exploitatie | Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | |
|---|---|---|
| Stand 31 december 2024 | ||
| - Aanschafwaarde | 83.794.510 | 11.838.580 |
| - Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijving | 0 | -3.902.870 |
| - Cumulatieve herwaarderingen | 84.896.946 | 0 |
| Boekwaarde 31 december 2024 | 168.691.456 | 7.935.710 |
| Mutaties in het boekjaar | ||
| - Investeringen | 32.157 | 6.293.912 |
| - Desinvesteringen | -1.935.230 | 0 |
| - Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -2.283.850 | 0 |
| - Niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 7.925.107 | 3.902.870 |
| - Overboeking van voorzieningen | 0 | 0 |
| - Overboeking naar voorraden | 0 | 0 |
| - Overboeking van in ontwikkeling naar in exploitatie | 17.984.760 | -17.984.760 |
| - Afschrijvingen | 0 | 0 |
| Totaal mutaties | 21.722.944 | -7.787.978 |
| Stand einde boekjaar | ||
| - Aanschafwaarde | 100.508.275 | 147.732 |
| - Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijving | 0 | 0 |
| - Cumulatieve herwaarderingen | 89.906.125 | 0 |
| Boekwaarde 31 december 2025 | 190.414.400 | 147.732 |
In de post DAEB vastgoed in exploitatie zijn 1.043 wooneenheden opgenomen. De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ beschikkingen van deze eenheden bedraagt € 250 miljoen. De activa zijn verzekerd tegen aanschaf- c.q. voortbrengingskosten.
Teneinde de verschillen tussen het handboek marktwaardering en de marktontwikkelingen te minimaliseren, zijn er enkele validatiestappen gezet tussen het uitbrengen van het handboek marktwaardering (31 oktober 2025) en de rapportdatum.
Na de publicatie van het van het handboek in oktober 2025 worden op basis van marktontwikkelingen de parameters voor leegwaardestijging, markthuur en disconteringsvoet geactualiseerd in een definitief Handboek marktwaardering 2025 dat medio maart 2026 is gepubliceerd.
Het vastgoed is gefinancierd met kapitaalmarktleningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting jegens het WSW is onder de “Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen” (4.10.12).
Door de corporatie is een verkoopplan opgesteld waarin ultimo 2025 46 eenheden voor verkoop zijn geoormerkt. De boekwaarde (marktwaarde in verhuurde staat) bedraagt ultimo het verslagjaar € 9,2 miljoen.
De cumulatieve herwaarderingen bestaan voor € 93,2 miljoen uit positieve herwaarderingen en voor € 3,3 miljoen uit negatieve herwaarderingen. De positieve herwaarderingen sluiten aan op de herwaarderingsreserve in de balans.
Mutaties in het boekjaar
De desinvesteringen betreffen de verkoop van 9 huurwoningen. De waardeveranderingen van het DAEB-vastgoed in exploitatie hebben betrekking op de mutatie in de marktwaarde gedurende 2025. Daarnaast zijn in het verslagjaar nieuwbouwprojecten met in totaal 78 verhuureenheden opgeleverd.
Zekerheden
Conform artikel 23 van het Reglement van Deelneming verbindt Patrimonium zich ertoe om op eerste verzoek van WSW aan WSW hetzij een hypotheek te verstrekken op al het onderpand dat geldt als WSW-onderpand, hetzij een onvoorwaardelijke en onherroepelijke volmacht te verstrekken aan WSW.
Erfpacht
In het verleden is een perceel grond in erfpacht uitgegeven in het kader van verkochte onroerende zaken. Dit betreft de verkochte eenheden aan Philadelphia van het in 2004 opgeleverde nieuwbouwproject in de Polderwijk. De grondwaarde hiervan is opgenomen onder de materiële vaste activa in exploitatie en bedraagt € 45.778. De ontvangen afkoopsom voor het erfpachtrecht is verantwoord in een egalisatierekening en wordt jaarlijks aan het resultaat toegerekend op basis van een lineaire vrijval.
Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2025 € 173,5 miljoen (ultimo 2024 € 150,1 miljoen). Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de belangrijkste uitgangspunten (gemiddeld per woning) als volgt:
| Uitgangspunt voor: | 2025 |
|---|---|
| Disconteringsvoet | 4,17% |
| Streefhuur per maand | € 724 per woning |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar | € 2.806 per woning |
De kasstromen van de komende 60 jaar zijn contant gemaakt op basis van de sociale disconteringsvoet, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eindwaarde.
In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
| Effect op beleidswaarde | Mutatie tov uitgangspunt | Effect op beleidswaarde |
|---|---|---|
| Streefhuur per maand | € 25 hoger | + € 7,4 mln. |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar | € 100 hoger | - 3,7 mln. |
| Disconteringsvoet | 0,25% | - 8,5 mln. |
4.10.2. Materiële vaste activa
Het verloop van de materiële vaste activa is in het onderstaande schema samengevat:
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | |
|---|---|
| Stand 31 december 2024 | |
| - Aanschafwaarde | 1.049.355 |
| - Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijving | -299.113 |
| Boekwaarde 31 december 2024 | 750.242 |
| Mutaties in het boekjaar | |
| - Investeringen | 0 |
| - Desinvesteringen | 0 |
| - Afschrijvingen | -50.466 |
| Totaal mutaties | -50.466 |
| Stand einde boekjaar | |
| - Aanschafwaarde | 1.049.355 |
| - Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijving | -349.579 |
| Boekwaarde 31 december 2025 | 699.776 |
De afschrijvingspercentages luiden:
- Kantoorinventaris: 10 – 20%;
- Vervoermiddelen: 10 – 20%.
- Kantoorgebouwen en werkplaats: 0 – 6,7%;
4.10.3. Financiële vaste activa
Latente belastingvorderingen
Voor vastgoed in exploitatie is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering volgens de jaarrekeninggrondslagen en de fiscale grondslagen. Dit waarderingsverschil bedraagt per saldo € 71,3 miljoen (commercieel hoger dan fiscaal). In 2024 bedroeg het waarderingsverschil € 51,6 miljoen (commercieel hoger dan fiscaal). De nominale waarde van de belastinglatentie voor het vastgoed in exploitatie bedraagt € 18,4 miljoen (2024: € 13,4 miljoen). Dit verschil is niet tot waardering gebracht, aangezien wij verwachten dat het zeer waarschijnlijk is dat de volledige portefeuille aan het einde van de levensduur zal worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw van DAEB-huurwoningen in Urk. Wij waarderen de latentie derhalve op nihil.
Overige vorderingen
Het verloop van de overige vorderingen luidt als volgt:
| Overige vorderingen | |
|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 32.121 |
| Af: waardevermindering 2025 | -12.402 |
| Stand per 31 december 2025 | 19.719 |
De overige vorderingen betreffen verantwoorde premies die zijn verbonden aan extendible leningen. Deze premies worden gedurende de looptijd van de betreffende leningen geamortiseerd en ten laste van het resultaat gebracht. De gemiddelde resterende looptijd bedraagt 2 jaar. Van het saldo kan € 12.402 worden aangemerkt als bedrag met een looptijd korter dan één jaar.
4.10.4. Voorraden
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Vastgoed bestemd voor verkoop | 0 | 0 |
| Overige voorraden | 31.265 | 33.677 |
| Totaal van voorraden | 31.265 | 33.677 |
Vastgoed bestemd voor verkoop
De voorraden bestemd voor verkoop betreffen woningen die ultimo het verslagjaar in verkoop zijn en waarvan de levering na balansdatum plaatsvindt.
Overige voorraden
Dit betreffen de voorraden in het magazijn.
4.10.5. Vorderingen
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 20.564 | 26.379 |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 245.964 | 529.608 |
| Overige vorderingen | 0 | 0 |
| Overlopende activa | 87.743 | 53.079 |
| Totaal van vorderingen | 354.271 | 609.066 |
De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde.
Huurdebiteuren
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 22.304 | 31.060 |
| Af: voorziening debiteuren | -1.740 | -4.681 |
| Totaal van huurdebiteuren | 20.564 | 26.379 |
De achterstand van zittende huurders ultimo boekjaar bedroeg 0,28% van de jaarhuur (vorig jaar 0,43%). Onder de huurdebiteuren zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan één jaar. De mutatie in de voorziening debiteuren betreft een dotatie aan de voorziening.
Belastingen en premies sociale verzekeringen
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | 245.964 | 529.608 |
| Totaal van belastingen en premies sociale verzekeringen | 245.964 | 529.608 |
Overige vorderingen
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Vorderingen op vertrokken huurders | 48.497 | 23.041 |
| Af: voorziening vertrokken huurders | -48.497 | -23.041 |
| Totaal van overige vorderingen | 0 | 0 |
De mutatie in de voorziening vertrokken huurders betreft per saldo een dotatie aan de voorziening. Onder de overige vorderingen zijn geen bedragen opgenomen die als langlopend kunnen worden aangemerkt.
Overlopende activa
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Nog te ontvangen bedragen | 15.120 | 33.597 |
| Vooruitbetaalde bedragen | 72.623 | 19.482 |
| Totaal van overlopende activa | 87.743 | 53.079 |
Onder de overlopende activa zijn geen bedragen opgenomen die als langlopend kunnen worden aangemerkt.
4.10.6. Liquide middelen
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Kas | 5.101 | 664 |
| Rekening-courant banken | 89.605 | 147.640 |
| Deposito’s | 4.590.985 | 5.650.000 |
| Totaal van liquide middelen | 4.685.691 | 5.798.304 |
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de corporatie.
4.10.7. Eigen vermogen
Herwaarderingsreserve
Het verloop van de herwaarderingsreserve luidt als volgt
| Stand per 1 januari 2025 | 85.880.933 | |
| Af gerealiseerde herwaardering uit hoofde van woningverkopen | 632.078 | |
| Bij uit resultaatbestemming 2025 | 7.925.107 | |
| Stand per 31 december 2025 | 93.173.962 | |
Overige reserves
Het verloop van de overige reserves luidt als volgt:
| Stand per 1 januari 2025 | 42.576.549 | |
| Bij: gerealiseerde herwaardering uit hoofde van woningverkopen | 632.078 | |
| Bij uit resultaatbestemming 2025 | 6.488.827 | |
| Stand per 31 december 2025 | 49.697.454 | |
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie:
Per 31 december 2025 is in totaal € 93.173.962 aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: € 85.880.933) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is bepaald overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en hieruit afgeleide ministeriële besluiten die gelden ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Patrimonium. De mogelijkheden voor de corporatie om door (complexgewijze) verkoop of door huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor diegenen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel worden vervreemd. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten afwijkend ten opzichte van de ingerekende bedragen in de marktwaarde, als gevolg van de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.
Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst zal worden gerealiseerd.
Het bestuur van Patrimonium heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet, of pas op zeer lange termijn, realiseerbaar is. Deze schatting is gebaseerd op de beleidswaarde van het DAEB bezit in exploitatie. Deze beleidswaarde betreft de contante waarde van de kasstromen over een exploitatieperiode van 60 jaar berekend op basis van corporatie-eigen uitgangspunten voor huur, onderhoud en beheer en uitgaande van sectorbreed vastgestelde parameters voor huur- en kostenontwikkeling en disconteringsvoet. Deze beleidswaarde bedraagt € 173,5 miljoen en is daarmee € 16,9 miljoen lager dan de marktwaarde in verhuurde staat.
4.10.8. Egalisatierekening erfpacht
Het verloop van de egalisatierekening luidt als volgt:
| Stand per 1 januari 2025 | 26.551 | |
| Af: vrijval ten gunste van het resultaat | -915 | |
| Stand per 31 december 2025 | 25.636 |
4.10.9. Voorzieningen
De voorziening voor onrendabele investeringen is gevormd voor vastgoed in ontwikkeling waarvan de verwachte marktwaarde lager is dan de stichtingskosten. Het onrendabel deel wordt in mindering gebracht op de reeds geactiveerde kosten, indien de geactiveerde kosten ontoereikend zijn wordt het meerdere verantwoord als voorziening.
De voorziening latente belastingverplichtingen is gevormd voor tijdelijke verschillen in de fiscale waardering van de onderhoudsvoorziening. De contante waarde van de latentie wordt berekend op basis van de netto-rente van 2,28% (2024: 2,20%). Deze voorziening kan als langlopend (langer dan één jaar) worden aangemerkt. De mutaties in de voorzieningen zijn in het navolgende schema samengevat:
| Onrendabele Investeringen | Latente belastingverplichtingen | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 0 | 1.318.236 |
| Bij: mutatie 2025 | 0 | 228.956 |
| Bij: effect contante waarde | 0 | 30.028 |
| Stand per 31 december 2025 | 0 | 1.577.220 |
De nominale waarde van de voorziening latente belastingverplichtingen bedraagt € 1.781.152. Van de voorzieningen is een bedrag van € 1.356.649 als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken. Hiervan heeft naar verwachting een bedrag van € 716.218 een looptijd langer dan 5 jaar.
4.10.10. Langlopende schulden
Schulden aan banken
| Looptijd korter dan 5 jaar | Looptijd langer dan 5 jaar | Totaal 31 december 2025 | Totaal 31 december 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Schulden aan banken | 4.870.667 | 42.275.765 | 47.146.432 | 48.456.661 |
| Overige schulden | 1.038.985 | 1.672.918 | 2.711.903 | 3.398.157 |
| Totaal | 5.909.652 | 43.948.683 | 49.858.335 | 51.854.818 |
| Het verloop van de langlopende schulden luidt als volgt: | ||||
| Schulden aan banken | Overige schulden | Totaal | ||
| Stand per 1 januari 2025 | 49.833.662 | 3.398.157 | 53.231.819 | |
| - Aflossingen | -1.377.001 | 0 | -1.377.001 | |
| - Nieuwe leningen | 0 | 0 | 0 | |
| - Waardemutatie overige schulden | 0 | -686.254 | -686.254 | |
| Schuldrestant per 31 december 2025 | 48.456.661 | 2.711.903 | 51.168.564 | |
| - Aflossingsverplichting volgend boekjaar | 1.310.229- | 0 | -1.310.229 | |
| Langlopende schulden per 31 december 2025 | 47.146.432 | 2.711.903 | 49.858.335 |
De gemiddelde rente ultimo boekjaar bedroeg 3,07%% (2024: 3,0%). De marktwaarde van de leningen gebaseerd op de rentabiliteitswaarde bedraagt ultimo 2025 € 56,4 miljoen (2024: € 56,4 miljoen). Alle leningen worden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgd.
Onder de leningen zijn voor een bedrag van € 9.500.000 (NWB) aan zogenaamde basisrenteleningen opgenomen. De kenmerken van deze basisrenteleningen luiden als volgt (per 31 december 2025):
| Lening | Bank | Nominale waarde | Ingangsdatum | Einddatum | Herzienings-datum | Basis-rente | Spread tot herzienings-datum | Marktwaarde embedded Instrument 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Basis1 | NWB | 4.500.000 | 01-06-2009 | 01-06-2044 | 01-06-2028 | 4,04% | 0,45% | 621.770 |
| Basis2 | NWB | 5.000.000 | 04-01-2014 | 02-01-2054 | 04-01-2026 | 3,48% | 0,14% | 273.819 |
Als op het moment van credit spread herziening geen akkoord met de kredietinstelling wordt bereikt over de hoogte ervan is de lening opeisbaar en dient er een bedrag te worden betaald gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente. De basisrenteleningen zijn in de balans opgenomen voor de nominale waarde onder de post langlopende schulden. De marktwaarde van het embedded instrument in deze lening is slechts ter toelichting opgenomen; deze hoeft volgens de regelgeving niet in de balans te worden verwerkt.
Onder de leningen zijn voor een bedrag van € 5.000.000 zogenaamde extendibles/tijdvakleningen opgenomen. Bij deze leningen betaalt Patrimonium gedurende het eerste tijdvak een vaste lage rente. Patrimonium heeft aan de tegenpartij het recht gegeven om bij het begin van het tweede tijdvak te bepalen of er een op het moment van afsluiten bepaalde vaste rente wordt betaald of dat er een variabele rente gaat gelden. Deze keuzemogelijkheid voor de kredietverstrekker wordt aangemerkt als een embedded derivaat. Op grond van RJ 290 dient de reële waarde van de in de leningen besloten derivaat voor het laatste tijdvak van de extendible leningen in de balans tot uitdrukking te komen.
De belangrijkste kenmerken van deze leningen alsmede de reële waardes zijn hieronder weergegeven:
| Lening | Bank | Nominale waarde | Ingangsdatum | Einddatum | Herzienings-datum | Rente tot herzienings-datum | Rente vanaf herzienings-datum | Marktwaarde embedded instrument |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ext3 | BNG | 5.000.000 | 04-08-2008 | 04-08-2043 | 04-08-2027 | 4,49% | 4,65% of 3-mnd euribor | 917.329 |
| Waarde embedded derivaat reeds geconverteerde extendible lening | 1.392.141 | |||||||
| Waarde agio Vestia lening | 402.433 | |||||||
| Totaal | 2.711.903 | |||||||
Bovenstaande marktwaarde is opgenomen onder de langlopende overige schulden. Daarnaast is in de overige schulden de marktwaarde van de reeds geconverteerde extendible lening opgenomen. Deze waarde wordt lineair geamortiseerd gedurende de restant looptijd van de betreffende lening. Daarnaast is onder de overige schulden het agio van de leningenruil met Vestia (uit 2021) opgenomen. Dit agio wordt in 40 jaar geamortiseerd ten gunste van het resultaat.
4.10.11. Kortlopende schulden
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Schulden aan banken | 1.310.229 | 1.377.001 |
| Schulden aan leveranciers | 183.923 | 41.422 |
| Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen | 131.551 | 436.779 |
| Overige schulden | 69.108 | 38.733 |
| Overlopende passiva | 325.436 | 299.554 |
| Totaal van kortlopende schulden | 2.020.247 | 2.193.489 |
De schulden aan banken betreffen de aflossingsverplichtingen van de leningen voor het komende boekjaar. De kortlopende schulden hebben een looptijd van korter dan één jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde.
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Loonheffing | 14.646 | 11.969 |
| Premies sociale verzekeringen | 8.048 | 6.941 |
| PAWW-premie | 0 | 30 |
| Pensioenen | 8.613 | 7.708 |
| Omzetbelasting | 100.244 | 410.131 |
| Totaal van schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen | 131.551 | 436.779 |
Overige schulden
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Nog te ontvangen facturen onderhoud | 10.275 | 21.445 |
| Verplichtingen nieuwbouw | 35.000 | 0 |
| Af te rekenen servicekosten | 23.833 | 17.288 |
| Totaal van overige schulden | 69.108 | 38.733 |
Overlopende passiva
| 31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
| Niet vervallen rente leningen | 199.873 | 208.421 |
| Vooruit ontvangen huur | 64.730 | 39.288 |
| Nog te ontvangen facturen | 5.536 | 2.905 |
| Vooruitontvangen registratiekosten | 6.715 | 6.465 |
| Reservering vakantiedagen | 12.344 | 12.602 |
| Overige | 36.238 | 29.873 |
| Totaal van overlopende passiva | 325.436 | 299.554 |
4.10.12. Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen
Obligolening Waarborgfonds Sociale Woningbouw
Patrimonium heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken.
De omvang van de lening sluit aan op hetgeen vereist is. Dit betekent dat de hoofdsom van € 1.296.000 overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2024. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en Patrimonium niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.
In het geval van een eventuele storting zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door Patrimonium.
Wet ketenaansprakelijkheid
In het kader van de Wet ketenaansprakelijkheid wordt, met het oog op risicobeperking voor betreffende aannemers (nieuwbouw en onderhoud) zowel de G-rekeningconstructie als de BTW-verleggingsregeling toegepast. Hierdoor is het risico vrijwel nihil.
Investeringsverplichtingen
Wij zijn geen investeringsverplichting aangegaan.