Spring naar inhoud

4.7 Financiële instrumenten en risicobeheersing

Gedurende het verslagjaar is het treasurystatuut waarin opgenomen het financieel beleid als uitgangspunt genomen. In het treasurystatuut wordt het gebruik van niet-complexe derivaten onder voorwaarden toegestaan. Binnen het treasurybeleid van Patrimonium dient het gebruik van afgeleide financiële instrumenten (‘derivaten’) ter beperking van inherente financiële risico's. Op grond van het vigerende treasurystatuut is het gebruik van derivaten slechts toegestaan voor zover er een materieel verband met de financieringspositie of het belegde vermogen kan worden gelegd. Derivaten mogen niet worden gebruikt voor het innemen van een speculatieve positie. Voorts geldt voor derivaten dat Patrimonium zich te allen tijde houdt aan haar treasurystatuut.

4.7.1. Prijsrisico

Patrimonium heeft geen effecten, waardoor geen sprake is van prijsrisico ten aanzien van de waardering van effecten.

4.7.2. Valutarisico

Patrimonium is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico.

4.7.3. Renterisico

Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Patrimonium risico ten aanzien van toekomstige kasstromen als gevolg van wijzigingen in de rentestanden. Per financieringsbesluit maakt Patrimonium een bewuste keuze tussen het aantrekken van een lening tegen vaste of variabele rente. De criteria op basis waarvan wordt gekozen, zijn vastgelegd in het treasurystatuut en omvatten:

  1. de financieringsbehoefte, 
  2. de mate waarin de aan te trekken leningen bijdragen aan een zo gelijkmatig mogelijk gespreide betaalagenda, vervalkalender en renteherzieningsmomenten, en 
  3. de per saldo hiermee gemoeide kosten. 

Patrimonium kiest uitsluitend voor rentederivaten indien hiermee minimaal dezelfde onder (2) criteria worden gerealiseerd maar tegen per saldo lagere kosten dan bij het aantrekken van een lening met een vaste rente. Daarnaast moeten financiële instrumenten leiden tot een volledige effectieve hedge, dat wil zeggen dat betaaldata en hoofdsom van variabel rentende leningen gelijk zijn aan betaaldata van de onderliggende waarde (notional value) van de derivaten, en de ingangs- en einddatum van het derivaat gelijk zijn aan de ingangs- en einddatum van de variabel rentende lening, of volledig vallen binnen de duur van de variabel rentende lening.

Patrimonium hanteert een maximaal renterisico van 15% van het vreemd vermogen, berekend over een aaneengesloten voortschrijdende periode van twaalf maanden. Door een maximum te stellen aan het renterisico kunnen risicovolle rentepieken worden voorkomen en is daarmee het renterisico begrensd.

4.7.4. Kredietrisico

Patrimonium heeft geen significante concentraties van kredietrisico. Zij maakt gebruik van meerdere banken als tegenpartij om kredietrisico te spreiden. Limieten zijn vastgelegd in het treasurystatuut en de naleving daarvan wordt continu gemonitord.

Patrimonium heeft behalve voor het normale betalingsverkeer, geen kredietenfaciliteiten. De langlopende financiering betreft opgenomen geld, hoofdzakelijk gefinancierd bij de sectorbanken.

4.7.5. Liquiditeitsrisico

Investeringsverplichtingen worden uitsluitend aangegaan indien Patrimonium zeker heeft gesteld dat hiervoor financiering beschikbaar is of is toegezegd.

De vervalkalender van de bestaande leningenportefeuille wordt constant gemonitord. Daarnaast loopt Patrimonium geen liquiditeitsrisico uit hoofde van haar derivatenportefeuille. Patrimonium heeft geen afspraken gemaakt over het uitwisselen van onderpand.

Patrimonium heeft haar financiële meerjarenplan zodanig aangepast op deze maatregelen dat de beschikbaarheid van faciliteiten voor financiering en herfinanciering gecontinueerd wordt. Patrimonium voldoet in de meerjarenplanning aan de financiële normen zoals deze door toezichthouders en ander financiële stakeholders worden gehanteerd.

Voor de beschikbaarheid van financiering is Patrimonium afhankelijk van het blijvend functioneren van het borgingsstelsel via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).