1.6 Wij werken aan financiële continuïteit
Patrimonium werkt aan financiële continuïteit door scherp risicomanagement, transparante sturing en een robuust intern beheersingssysteem, ondanks stijgende kosten en economische onzekerheden. De organisatie stemt haar investeringen af op lokale en regionale afspraken, zoals de woondeal en prestatieafspraken, en bewaakt haar financiële positie via benchmarks, visitaties en interne controles. Door een integrale planning- en controlcyclus blijft Patrimonium in staat haar volkshuisvestelijke opgaven duurzaam en verantwoord te realiseren.
Onze elementen van financiële continuïteit zijn
- Risicoparagraaf
- Planning & control
- Onze positie in de sector
- Resultaten 2025
- Patrimonium is “in control”
Risicoparagraaf
Risicomanagement en interne beheersing horen bij elkaar. In het ondernemingsplan formuleren we doelstellingen die de corporatie wil realiseren. Risico’s zijn gebeurtenissen die het realiseren van de doelstellingen moeilijker of onmogelijk maken. Risicomanagement is daarom belangrijk in de sturing en beheersing van de corporatie, zodat we onze doelstellingen kunnen realiseren. Risicomanagement is niet iets wat we ‘apart’ in de organisatie kunnen zetten; om de risico’s effectief en efficiënt te beheersen, moet risicomanagement volledig ingebed zijn in de organisatie, als onderdeel van de gehele planning- en controlcyclus. Het is van belang om risicomanagement op alle niveaus van de organisatie te borgen. Het proces van risicomanagement is hieronder weergegeven.

- Bij het identificeren van risico’s moet de corporatie streven naar een beschrijving van de risico’s, de gebeurtenis, de oorzaak en het gevolg.
- Het analyseren van risico’s geeft inzicht in de kans dat een risico zich voordoet en wat de impact daarvan is.
- Tijdens het evalueren is het belangrijk om de focus te leggen op de gebeurtenissen die een hoge kans hebben en veel schade kunnen veroorzaken.
- De beheersing gaat over hoe de risico’s behandeld kunnen worden met maatregelen door de corporatie.
Daarbij zijn vier mogelijkheden:
- Risico’s vermijden
- Risico’s reduceren
- Risico’s delen
- Risico’s accepteren
Risicobereidheid
De risicobereidheid van Patrimonium is defensief van aard. Dit houdt in dat Patrimonium wel risico’s neemt, maar slechts tot een acceptabel niveau. Onze risicostrategie is gericht op continuïteit door het beschermen van onze toekomstige kasstromen, het respecteren van onze positie en reputatie van lokale volkshuisvester en het compliant zijn aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Eigenaarschap, vertrouwen en betrokkenheid van medewerkers zijn belangrijke succesfactoren voor effectief risicomanagement.
Patrimonium hanteert de volgende leidende principes voor de gewenste risicohouding en het gedrag in de organisatie:
- Patrimonium hanteert waarden en normen die passen bij haar maatschappelijke opdracht. Patrimonium stuurt hierop door gewenst gedrag te bevorderen en de gelegenheid voor ongewenst gedrag te beperken;
- Patrimonium wil open, eerlijk en transparant zijn in haar handelen, een organisatie waar ruimte is voor reflectie en tegenkracht gewaardeerd wordt;
- Patrimonium biedt een veilige omgeving voor het bespreekbaar maken van risico’s en dilemma’s en effectief samen te werken aan een zorgvuldige oplossing.
Frauderisicoanalyse
Patrimonium heeft een frauderisicoanalyse opgesteld. Patrimonium streeft ernaar om fraude binnen haar organisatie te voorkomen, waarbij moet worden opgemerkt dat het risico op fraude nooit volledig is te mitigeren. Door het treffen van maatregelen kan de kans op en de gevolgen van fraude worden beperkt.
De frauderisicoanalyse is onderdeel van de maatregelen om risico’s te identificeren en te kijken naar de beheersmaatregelen. Deze analyse kan daarmee niet los worden gezien van het gehele stelsel van risicomanagement.
Patrimonium hecht extra waarde aan een transparante vastlegging en verantwoording van processen waar mogelijk een verhoogd frauderisico aanwezig is. Hierbij kan gedacht worden aan aanbestedingsrisico’s, risico’s rondom woningtoewijzingen en het betalingsproces. Bij toetsing zijn geen concrete fraudegevallen vastgesteld.
Opgemerkt kan worden dat zowel het intern toezicht door de RvC als het externe toezicht een preventieve werking kent binnen het stelsel van risicomanagement en interne beheersing van de corporatie.
In het verlengde hiervan hebben wij de continuïteit van Patrimonium beoordeeld. Op basis van onze frauderisico-analyse, risicomanagement en de interne beheersmaatregelen hebben wij in onze paragraaf “financiële continuïteit” en de daaropvolgende “in control statement” geconcludeerd dat wij geen twijfels hebben over de continuïteit van onze stichting.
Risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s en onzekerheden voor Patrimonium benoemd. Dit zowel op strategisch als operationeel niveau. Ook zijn de compliance- en reportingrisico’s benoemd.
| Risico | Beheersmaatregel | Kans | Impact |
|---|---|---|---|
| Strategische risico’s | |||
| Onvoldoende investeringsmogelijkheden Als gevolg van onvoldoende investeringsmogelijkheden (nieuwbouwlocaties) kunnen we niet genoeg sociale huurwoningen bouwen. Zo halen we onze doelstelling qua groei niet. Bovendien zorgt dit voor onvoldoende vernieuwing van onze woningportefeuille. |
Monitoring sociale woningvoorraad Wij hanteren een terughoudend verkoopbeleid. Of dit op termijn zo kan blijven is onzeker, gezien de vereiste verduurzaming van de woningvoorraad en de groei van de gemeente Urk. Wij zijn voortdurend in gesprek met de gemeente Urk over eventuele nieuwe locaties voor nieuwbouw. |
Medium | Hoog |
| Samenstelling woningvoorraad Het woningaanbod van Patrimonium sluit niet meer aan bij de vraag van de woningzoekenden. Patrimonium heeft relatief veel grote eengezinswoningen. De huurders en woningzoekenden bestaan in toenemende mate uit ouderen en 1 en 2 persoonshuishoudens. |
Monitoring sociale woningvoorraad Patrimonium heeft een vastgoedstrategie en monitort blijvend de vraag en de gewildheid, onderverdeeld naar type woning en grootte. |
Hoog | Laag |
| Digitalisering/ICT Er bestaat een risico dat Patrimonium de toenemende mate van digitalisering niet bijhoudt of hiervoor onnodig hoge kosten moet maken. Aan de andere kant is er een risico dat medewerkers de veranderingen niet bij kunnen houden. Daarnaast bestaat er een gevaar van een cyberaanval van buiten. |
Scholing Indien vereist zal scholing van medewerkers plaatsvinden. Medewerkers hebben een e-learning cybersecurity gevolgd. Patrimonium heeft een cybersecurityscan uitgevoerd en passende acties ondernomen. |
Laag | Medium |
| Imago We krijgen een slecht of negatief imago waardoor de huurdertevredenheid en de medewerkerstevredenheid afneemt. Belanghouders kunnen minder geneigd zijn om samen te werken. |
Informeren van belanghouders Wij proberen onze huurders en woningzoekenden zo transparant mogelijk te informeren over ons beleid. Dit blijkt ook uit de beleidsdocumenten op onze website. We betrekken relevante belanghouders bij ons beleid. |
Laag | Hoog |
| Financiële risico’s | |||
| Geen toegang tot de kapitaalmarkt Wij krijgen geen of beperkte toegang tot de kapitaalmarkt, waardoor we de benodigde financiering voor nieuwbouw, renovatie en verduurzaming niet krijgen of tegen hogere kosten. |
Voldoen aan ratio’s Wij plannen de investeringen zodanig dat we blijven voldoen aan de gestelde ratio’s. (ICR, LTV, solvabiliteit en dekkingsratio) |
Laag | Hoog |
| Rentestijging De rente stijgt, waardoor nieuwe financieringen en herfinancieringen hogere kosten met zich meebrengen. |
Financieringsstrategie Patrimonium heeft een financieringsstrategie opgesteld om het renterisico zoveel mogelijk te spreiden. |
Medium | Medium |
| Bouwkostenstijging De kosten van nieuwbouw stijgen harder dan de inflatie, waardoor de rendementen van projecten sterk onder druk komen te staan. |
Monitoring ratio’s Individuele projecten worden beoordeleld op rendement, evenals de ontwikkeling van ratio’s op corporatieniveau. De uitkomsten worden getoetst aan het investeringsstatuut en de corporatienormen. |
Medium | Medium |
| Operationele risico’s | |||
| Beheersen toekomstige groei Patrimonium heeft in haar vastgoedstrategie een wensportefeuille voor 2035 opgesteld die leidt tot een groei van de woningvoorraad tot 1.365 eenheden. Dit vraagt inspanning van de organisatie door een toename van reparatieverzoeken, mutaties etc. |
Automatisering Door zoveel mogelijk werkzaamheden te automatiseren, kunnen medewerkers worden ontlast. |
Hoog | Laag |
| Toename personen met verward gedrag Er is sprake van een toename van huurders die bijzondere aandacht vereisen ter voorkoming van overlast. Dit vraagt veel communicatie met diverse maatschappelijke partijen en zorgt voor druk op de organisatie. |
Signaleren en samenwerken Vroegsignalering door medewerkers is essentieel. In samenspraak met maatschappelijke organisaties wordt een plan van aanpak opgesteld en besproken met betrokkenen. |
Hoog | Medium |
| Projectrisico’s Nieuwbouw en renovatieprojecten kunnen zowel qua kosten als tijd uit de hand lopen ten opzichte van het eerder vastgesteld budget en tijdpad. |
Projectbeheersing Nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan het investeringsstatuut. Gedurende het project vindt voortgangsoverleg plaats met uitvoerende partijen. Afwijkingen worden vroegtijdig gesignaleerd en waar mogelijk opgelost. |
Medium | Medium |
| Compliance-/reportingrisico’s | |||
| Regeldruk De wet- en regelgeving van de verschillende toezichthoudende instanties is complex en neemt toe. Te denken valt aan de regelgeving voor verantwoording en toezicht. Ook de invoering van de AVG heeft impact op de organisatie. Het risico op non-compliance neemt toe. |
Interne controles Risicovolle verantwoordingen worden intern gecontroleerd. Gebruik maken van reeds bestaande kennis en voorbeelden van collega corporaties of brancheorganisatie. Ook is er aandacht voor de gevolgen van de invoering van de AVG. Nieuwe regels worden intern besproken met betrokken medewerkers en waar nodig worden aanpassingen gemaakt in de organisatie. |
Medium | Medium |
| Onjuiste of onvolledige verslaggeving De verslaggevingsregels zijn complex en wijzigen frequent. Te denken valt aan marktwaarde, beleidswaarde, WNT-verantwoording, maar ook de veranderende regelgeving met betrekking tot de verwerking van onderhouds- en beheerkosten en fiscale regelgeving (ATAD). |
4-ogen principe Belangrijke en foutgevoelige posten in de jaarrekening komen tot stand volgens het 4-ogen principe. Zowel de directeur-bestuurder als de medewerker Bedrijfsvoering & Control is betrokken bij de totstandkoming van de marktwaarde, beleidswaarde, WNT-verantwoording en vergelijkbare verantwoordingen. |
Medium | Medium |
Planning en control
Financiële verslaggeving
De directeur-bestuurder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de financiële informatie. De RvC ziet erop toe dat de directeur-bestuurder deze verantwoordelijkheid op goede wijze vervult. Ten behoeve van de werkorganisatie is er een maandelijks dashboard, de verantwoordingsrapportage aan de RvC vindt plaats door middel van kwartaalrapportages. De jaarverslaggeving vindt plaats aan de hand van het jaarverslag en de jaarrekening. De externe toezichthouders ontvangen aanvullend de dVi (digitale verantwoordingsinformatie).
Planning- en control-cyclus

Het Three Lines of Defense Model is een veel beschreven methode om aan te geven dat de corporatie in control is en dat de belangrijkste risico’s goed beheerst worden. Ondanks onze compacte werkorganisatie hanteren wij hierbij de volgende werkwijze:
- De eerste verdedigingslijn zijn onze medewerkers zelf. Ieder is verantwoordelijk voor de beheersing van risico’s binnen de eigen taken en functies.
- De tweede lijn ligt bij de interne beheersing door de directie en de medewerker bedrijfsvoering & control. De directie zorgt voor de kaderstelling en de medewerker strategie en control voor de monitoring en rapportages in het kader van risicomanagement.
- De derde lijn ligt buiten de werkorganisatie. De controlerend accountant, de Raad van Commissarissen en het sectortoezicht vanuit WSW en Aw. Deze beoordelen de risico’s en de beheersing daarvan door de organisatie.
Deze indeling draagt bij aan een versterking van de risicocultuur, het nemen van verantwoordelijkheid voor het beheersen van risico’s en de interne beheersing, en uiteindelijk voor de verdere optimalisatie van onze Governance, Risk en Compliance (GRC).
Een randvoorwaarde voor het goed uitvoeren van interne beheersingsmaatregelen is de cultuur van een organisatie. Soft controls zijn een onderdeel van deze cultuur. Dit zijn alle niet-tastbare, maar wel gedrag beïnvloedende maatregelen.
Periodiek beoordelen we de actualiteit van de reglementen en statuten. Dat doen we ook voor onze beleidsdocumenten. De hoofdlijnen van de planning en control-cyclus (P&C), de sturing en verantwoording van Patrimonium kunnen als volgt worden weergegeven

Interne controle en interne beheersing
Patrimonium onderhoudt operationele en financiële risicobeheerssystemen en procedures en beschikt over controle- en rapporteringsystemen. Binnen de mogelijkheden van de organisatie is de administratieve organisatie en de daarin verankerde interne controle zodanig vormgegeven, dat de kwaliteit van de informatievoorziening gewaarborgd is onder verantwoordelijkheid van de directeur-bestuurder. Patrimonium heeft een werkplan interne controles opgesteld, waarin diverse interne controles zijn geformaliseerd. Er worden onder andere controles uitgevoerd op de processen verhuur, woningverkopen, inkopen en betalingen.
De interne beheersing kan worden gedefinieerd als een proces geïnitieerd en gerealiseerd door de RvC en bestuurder met als doel een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen om de doelstellingen te bereiken op het gebied van:
- een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering om de strategische, volkshuisvestelijke doelstellingen te realiseren, met als randvoorwaarde het waarborgen van de financiële continuïteit;
- een betrouwbare financiële verslaggeving;
- voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van wettelijke regelingen en interne maatregelen.
Uit deze definitie blijkt dat interne beheersing een verantwoordelijkheid is van iedereen die werkzaam is binnen Patrimonium. Het is dus niet alleen een verantwoordelijkheid van de directeur-bestuurder, maar van alle medewerkers op ieder niveau in de organisatie.
De afbeelding hieronder laat zien dat alle beheersmaatregelen het geheel vormen voor een stevig huis. Het Raamwerk Interne Beheersing (RIB) laat ook de verbinding zien tussen strategie, planning en uitvoering. Overigens is het hebben van een RIB geen waarborg dat wij de interne sturing en beheersing op orde hebben, het is een hulpmiddel.

Relatie en communicatie met de onafhankelijke accountant
De onafhankelijke accountant is benoemd door de RvC. Jaarlijks wordt beoordeeld of de accountant zijn opdracht kan continueren. Voor het verslagjaar 2025 is de controle-opdracht door Flynth uitgevoerd. De onafhankelijke accountant overlegt met de financiële commissie van de RvC. Hierbij wordt onder andere gesproken over het accountantsverslag en de jaarrekening. De onafhankelijke accountant rapporteert zijn bevindingen betreffende het onderzoek van de jaarrekening gelijkelijk aan de directeur-bestuurder en de RvC.
Patrimonium en haar positie in de sector
Patrimonium is zich bewust van haar maatschappelijke positie in de samenleving. Patrimonium zet zich in om optimale volkshuisvestelijke prestaties te leveren, waarbij de resultaten inzichtelijk worden verantwoord. Daarnaast wil Patrimonium leren van de beoordelingen door andere organisaties, die zij benut als benchmark voor de eigen organisatie. In de volgende paragrafen wordt een overzicht gegeven van de beoordelingen door derden die hebben plaatsgevonden in het afgelopen jaar.
De Aedes Benchmark laat zien hoe we ons verhouden tot collega-corporaties.
In 2025 is het Aedes datacentrum gevoed met de cijfers van de corporaties op basis van de verantwoordingen aan het ministerie en de Autoriteit Woningcorporaties en deelname aan de Aedes benchmark. Deze online tool biedt de mogelijkheid om eigen prestaties te vergelijken met relevante collega-corporaties.
Het oordeel van de Aw over Patrimonium
Jaarlijks beoordeelt de Autoriteit woningcorporaties (Aw) corporaties op basis van het gezamenlijk beoordelingskader Aw-WSW aangevuld met rechtmatigheid en integriteit.
In november 2025 hebben wij dit jaarlijks oordeel van de Aw over 2024 ontvangen. Hierin is geconcludeerd dat de Aw geen onrechtmatigheden bij Patrimonium heeft geconstateerd.
In 2025 is de inspecteur van de Aw bij ons langs geweest voor gesprekken met de directeur-bestuurder en de RvC. Een dergelijk onderzoek doet de Aw minimaal één keer per twee jaar uit en is gebaseerd op het gezamenlijk beoordelingskader Aw/WSW. Vanwege de ontstane vacature begin 2025, heeft de Aw aandacht gevraagd voor het “key man risk”. Dit risico begrijpen wij en het is vanwege onze omvang in dergelijke situatie inherent aanwezig. De conclusie van het onderzoek luidt dat de Aw de risico-inschatting “laag” oordeelt op alle onderdelen van het beoordelingskader. Daarnaast oordeelt de Aw: in de transparante en uitgebreide verantwoording geeft Patrimonium ruim aandacht aan prestatieafspraken, realistische begrotingen (inclusief scenario’s) en de inzet van vermogen.
Patrimonium is blij met dit oordeel, omdat het bevestigt dat we, gezien onze omvang voldoende organisatorische waarborgen hebben en onze verantwoording adequaat wordt ervaren.
Uitkomsten visitatie
In 2022 heeft Patrimonium zich laten visiteren. Hierbij heeft een onafhankelijke commissie beoordeeld hoe wij op verschillende gebieden presteren. Daarbij is gekeken wat onze eigen ambities zijn en hoe onze belanghouders hierbij naar ons kijken. De commissie was onder de indruk van de compleetheid, professionaliteit en gedegen onderbouwing van de beleidsplannen.
| Prestatieveld | Score Patrimonium 2014 - 2018 | Score Patrimonium 2019 - 2022 | Gemiddelde corporaties in Nederland | Gemiddelde corporaties < 1.000 vhe |
|---|---|---|---|---|
| Presteren naar opgaven en ambities | 7,8 | 8,0 | 7,3 | 7,1 |
| Presteren volgens belanghouders | 7,6 | 8,0 | 7,5 | 7,6 |
| Presteren naar vermogen | 7,7 | 8,0 | 7,3 | 7,0 |
| Governance | 7,6 | 7,8 | 7,2 | 6,9 |
Financiële paragraaf over resultaten en sturing
Patrimonium is zich bewust van de maatschappelijke taak. Als woningcorporatie is Patrimonium een private onderneming met een publieke taak. Hierbij wordt evenwicht gezocht tussen de maatschappelijke missie, de eisen die de markt stelt en de financiële continuïteit. Teneinde de maatschappelijke doelstellingen te realiseren, wordt door Patrimonium onrendabel geïnvesteerd.
Patrimonium vermijdt hierbij grote risico’s. Wij zoeken naar een balans tussen sociaal ondernemerschap en een aanvaardbaar risicoprofiel. Patrimonium wil haar weerstandsvermogen op een voldoende peil houden, zodat zij bij de jaarlijkse financiële beoordeling door de Autoriteit Woningcorporaties blijft voldoen aan de gestelde criteria.
Patrimonium streeft naar een bedrijfsmatige werkorganisatie waarin efficiency en kostenbewustheid periodiek worden getoetst. Aan de hand van de meerjarenbegroting wordt de jaarbegroting opgesteld. In de kwartaalrapportage en het jaarverslag wordt gerapporteerd over de realisatie en analyse van de financiële voortgang. De uitkomsten worden eveneens getoetst aan beschikbare branchecijfers.
Beleidsmatige beschouwing op marktwaarde en beleidswaarde
In het jaar 2025 kent de woningmarkt, zowel op de huur als de koopmarkt, nog altijd een krapte, waardoor de prijzen van koopwoningen blijven stijgen. Dit blijft naar verwachting ook in komende jaren het geval.
Het effect van de Wet betaalbare huur is dat veel particulieren en kleine beleggers huurwoningen verkopen, waardoor de huurmarkt voor midden- en hogere inkomens nog meer onder druk komt te staan. Hierdoor neemt de druk op de huurmarkt niet af. Kansen voor verruiming op de huurmarkt zijn er wanneer de voorgenomen plannen om middenhuur als DAEB-activiteit aan te merken door kunnen gaan. Vanuit de EU is de regelgeving in december 2025 gewijzigd, waardoor lidstaten middenhuur mogen steunen. De uitwerking in ons land is dat middenhuur door corporaties met WSW-borging gefinancierd kan worden. Dit moet in 2026 nader worden uitgewerkt in nationale regelgeving.
De nieuwbouwproductie blijft achter ten opzichte van het gewenste niveau. Door vertraging van stikstofregels, netcongestie en complexe vergunningstrajecten is het aantal verleende bouwvergunningen in 2025 afgenomen. Vooralsnog betekent dit dat de ambitie van 100.000 nieuwe woningen per jaar niet wordt gehaald.
Voor de woningportefeuille van Patrimonium hebben de ontwikkelingen op de woningmarkt ten opzichte van het verslagjaar 2024 gezorgd voor een toename van de marktwaarde. De totale waarde van de woningportefeuille is met € 21,7 miljoen toegenomen tot een waarde van € 190,4 miljoen. Een belangrijk deel van de toename is de opgeleverde nieuwbouw in 2025 (78 verhuureenheden). Vanwege verkoop van negen huurwoningen is de waarde met circa € 1,9 miljoen afgenomen.
De toename van de marktwaarde is vooral het gevolg van opgeleverde nieuwbouw (€ 15,2 miljoen) en leegwaarde-ontwikkeling (€ 5,5 miljoen) en autonome mutatie (€ 4,8 miljoen). De marktwaarde is tot en met het verslagjaar 2025 de waarderingsgrondslag voor de vastgoedportefeuille, vanaf het verslagjaar 2026 zal de beleidswaarde dienen als waarderingsgrondslag. Ter voorbereiding hiervan wordt vanaf 2024 de beleidswaarde volgens de nieuwe methodiek berekend en wordt met de komst van het beleidswaardehandboek in 2026 op onderdelen verbeterd.
Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de beleidswaarde
De beleidswaarde wordt niet langer afgeleid van de marktwaarde, maar zelfstandig berekend op basis van een DCF-methode, waarbij wordt uitgegaan van een 60-jarige kasstroom zonder eindwaarde.
Hierbij wordt uitgegaan van bedrijfseigen uitgangspunten voor de huurprijs, streefhuur, onderhoudslasten en lasten van beheer. Parameters voor inflatie, prijsstijgingen en disconteringsvoet worden centraal voorgeschreven.
Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie.
Vanaf het verslagjaar 2026 zal de beleidswaarde als waarderingsgrondslag in de jaarrekening gelden voor het corporatiebezit. In plaats van een handboek marktwaardering komt er een handboek beleidswaarde die als bijlage bij RTIV zal worden gepubliceerd.
De beleidswaarde per 31 december 2025 is ten opzichte van voorgaand verslagjaar met € 23,4 miljoen toegenomen tot € 173,5 miljoen.
De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de autonomen mutatie (€ 3,4 miljoen), opgeleverde nieuwbouwprojecten (€ 15,7 miljoen) en wijzigingen in beleidswaardenormen (€ 7,3 miljoen).
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie
Per 31 december 2025 is in totaal € 93,2 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen verantwoord in het eigen vermogen (2024: € 85,9 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek Modelmatig Waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Patrimonium. De mogelijkheden voor de corporatie om door (complexgewijze) verkoop of door huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals demografie en de groeiende behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen.
Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning de huurprijs doorgaans niet worden verhoogd tot de markthuur en wijken de werkelijke onderhouds- en beheerlasten af van de ingerekende normen in de marktwaarde. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst realiseerbaar zal zijn.
Het bestuur van Patrimonium heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet, of eerst op zeer lange termijn, realiseerbaar is. Deze schatting komt tot uitdrukking in het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 16,9 miljoen.
Maatschappelijke bijdrage
Teneinde inzicht te geven in onze maatschappelijke bijdrage is de waardering van onze vastgoedportefeuille een relevant uitgangspunt. De marktwaarde maakt duidelijk welke waarde het vastgoed heeft onder normale marktomstandigheden en bij uitgangspunten van de vastgoedmarkt. Corporaties hebben een sociale huisvestingstaak, waardoor het corporatiebeleid afwijkt van de uitgangspunten van de vastgoedmarkt.
De realisatie van de berekende marktwaarde hangt sterk af van de mogelijkheden die een corporatie heeft om haar beleid in meer of mindere mate te laten aansluiten bij de uitgangspunten van de vastgoedmarkt.
De mogelijkheid om woningen uit te ponden is voor Patrimonium beperkt vanwege de lokale marktpositie van de sociale huurvoorraad en de gemaakte prestatieafspraken met de gemeente. De mogelijkheid om de huurprijzen bij mutatie te verhogen naar een hoger niveau zijn door het corporatiebeleid, alsmede het door de overheid voorgeschreven systeem van passend toewijzen, marginaal.
Aangezien de beleidswaarde niet meer als een afgeleide waarde van de marktwaarde wordt bepaald, is een analyse van het verschil tussen beide waardebegrippen niet langer een geschikte en uitvoerbare methode. Dit verslagjaar geldt als laatste jaar waarin de marktwaarde als grondslag dient. Vanaf 2026 wordt de beleidswaarde de grondslag, waarmee de verdiencapaciteit van het vastgoed beter tot uitdrukking wordt gebracht.
Resultaat 2025
Het boekjaar wordt afgesloten met een positief resultaat ten bedrage van € 14,4 miljoen. Het resultaat voor belastingen bedraagt € 15,5 miljoen positief.
Het exploitatieresultaat van de vastgoedportefeuille is iets hoger dan begroot, vanwege lagere onderhoudslasten, lagere lasten verhuur en beheeractiviteiten en lagere overige directe operationele lasten exploitatie bezit. Daarnaast zijn de huuropbrengsten iets hoger dan begroot.
De hogere resultaten vanwege de verkopen zijn te danken aan meer gerealiseerde dan ingerekende woningverkopen.
De waardeveranderingen vastgoedportefeuille zijn eveneens hoger dan begroot. De oorzaak ligt vooral in een hoger dan verwachte waardestijging van het bestaande bezit.
| Jaarrekening 2025 | Begroting 2025 | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Exploitatie vastgoedportefeuille | 5.551 | 5.146 | -405 |
| Verkoop vastgoedportefeuille | 1.216 | 283 | -933 |
| Waardeveranderingen | 9.544 | -6 | -9.550 |
| Overige organisatiekosten | -190 | -215 | -25 |
| Financieringslasten | -638 | -1.440 | -802 |
| Resultaat voor belastingen | 15.483 | 3.768 | -11.715 |
Treasury
Het treasurybeleid van Patrimonium is defensief van karakter. Het beleid is vastgelegd in een treasurystatuut. Jaarlijks wordt in de begroting een treasuryjaarplan opgesteld waarin de voorgenomen treasuryactiviteiten zijn opgenomen.
Het beleid op het gebied van het rente- en looptijdenrisico beoogt het minimaliseren van de financieringskosten en het optimaliseren van de vervalkalender van de leningenportefeuille. Rentederivaten worden slechts defensief ingezet. Alle treasurytransacties die Patrimonium in het verslagjaar heeft uitgevoerd, passen binnen dit statuut. Nieuwe financieringen op basis van de meerjaren liquiditeitsprognose worden altijd vooraf aan de RvC voorgelegd ter goedkeuring. Voor onze financieringsactiviteiten hebben we ons beleid vastgelegd in een financieringsstrategie. Het ministerie van BZK heeft beleidsregels voor corporaties opgesteld met betrekking tot verantwoord beleggen en derivaten. Wij hebben deze beleidsregels ingebed in ons treasurystatuut.
De gemiddelde rentevoet van de leningenportefeuille ultimo 2025 bedraagt 3,07% (ultimo 2024: 2,91%). Uit de onderstaande grafiek blijkt dat het renterisico, in relatie tot de omvang van de huidige leningenportefeuille, beperkt is. Teneinde het renterisico te beperken zijn in het verleden enkele rente-instrumenten afgesloten. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de toelichting op de jaarrekening.
In het verslagjaar waren geen beleggingen in welke vorm dan ook anders dan in het woningbezit. Liquide middelen zijn gedurende het gehele jaar in liquide vorm aangehouden op de bankrekeningen.

Financiële sturing
Financiële sturing bij woningcorporaties hangt in belangrijke mate samen met vastgoedsturing. Ondanks de voorgeschreven wijziging om het vastgoed tegen marktwaarde te gaan waarderen, zal de financiële sturing voor een groot deel gericht blijven op de ontwikkeling van de kasstromen. Daarnaast komt er meer aandacht komen voor de ontwikkeling van het direct en indirect rendement van het woningbezit.
Voor de meerjarenbegroting 2026-2035 zijn o.a. de volgende parameters gehanteerd:
- Jaarlijkse huurverhogingen 3,63% (2026), 3,10% (2027), 3,01% (2028), 2,94% (2029), 2,91% (2030) en daarna 2,66% per jaar tot 2035.
- Jaarlijkse huurderving van 1,0%.
- Prijsinflatie 3,04% (2026), 2,83% (2027), 2,95% (2028), 2,94% (2029), 2,86 (2030 en daarna 2,41% per jaar tot 2035.
- Bouwkostenindex 3,00% (2026), 2,26% (2027), 2,83% (2028). 2,92% (2029), 3,14% (2030) en daarna 3,06% per jaar tot 2035.
- Loonkostenstijging 3,53% (2026), 3,18% (2027), 3,39% (2028), 3,49% (2029), 3,47% (2030) en daarna 2,99% per jaar tot 2035.
- Waardeontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat 2,0% per jaar.
- Waardeontwikkeling van de beleidswaarde 1,0% per jaar.
- Een rente(WSW-geborgd) over de financieringsbehoefte 3,64% (2026), 3,70% (2027), 3,76% (2028), 3,81% (2029), 3,83% (2030) en daarna 3,91% per jaar tot 2035.
Ten aanzien van macro-economische uitgangspunten bestaan te allen tijde onzekerheden. Patrimonium volgt de ontwikkelingen voortdurend en stelt haar beleid zo nodig bij. Hierbij kan worden gedacht aan huurbeleid, onderhoudsbeleid en (des)investeringsbeleid. In de financiële sturing wordt uitgegaan van een realistisch scenario waarbij de macro-economische uitgangspunten met elkaar in evenwicht zijn. In onze meerjarenbegroting hanteren we enkele scenario’s om de gevoeligheid van parameters en uitgangspunten inzichtelijk te maken.
Ontwikkeling ratio's
De ratio’s zijn bepaald conform het huidige gezamenlijke beoordelingskader van Aw en WSW. De ontwikkeling van de ratio’s is ontleend aan de begroting 2026.
Verloop kasstromen
De kasstromen uit exploitatie zijn de basis van de corporatie. De verhuur en het beheer van het woningbezit vormt de core business van de organisatie. Het verloop van de vrije kasstroom bepaalt de mate waarin aflossingen en investeringen kunnen plaatsvinden. Het verloop van de kasstromen uit woningexploitatie voor de komende jaren geeft het volgende beeld. Tevens is het relevant om de kasstromen met betrekking tot de (des)investeringen en financiering in beeld te brengen. Hiermee wordt zichtbaar hoe de vrije kasstroom uit exploitatie ingezet gaat worden.


De per saldo negatieve kasstromen uit het saldo totale kasstroom zullen worden gedekt uit nieuwe financiering. Tijdens het opstellen van de begroting 2026 zijn er politieke risico’s aanwezig met betrekking tot een verdere inperking van het huurbeleid en de oplopende kapitaalmarktrente. In de begroting is voorts rekening gehouden met de effecten van hogere belastingheffing uit hoofde van de ATAD-richtlijn.
Rentedekkingsratio
Kapitaalintensieve organisaties als corporaties moeten beoordelen in welke mate zij in staat zijn om de rentelasten te voldoen uit de operationele kasstromen. De rentedekkingsgraad ofwel interest coverage ratio (ICR) is daar een goede graadmeter voor. De verwachte ontwikkeling van de ICR luidt als volgt.
ICR = (operationele kasstroom + rentelasten - rentebaten) / (rentelasten - rentebaten)

Onder invloed van de geplande forse uitbreiding van ons woningbezit komt de ICR op termijn sterk onder druk te staan. We zullen dit jaarlijks blijven monitoren en zonodig maatregelen nemen voor bijsturing. Vooralsnog achten we bijsturingsmaatregelen op korte termijn nog niet nodig.
Solvabiliteit
De solvabiliteit van een organisatie geeft aan in hoeverre de organisatie op lange termijn aan de financiële verplichtingen kan voldoen. Het geeft de financiële buffer aan om tegenvallers te kunnen opvangen. De solvabiliteit wordt weergegeven als kengetal door het eigen vermogen o.b.v. beleidswaarde uit te drukken in een percentage van het balanstotaal o.b.v. beleidswaarde. Dit is conform de beoordelingsmethodiek van de Aw en het WSW.
De gewenste hoogte van de solvabiliteit hangt in sterke mate af van de toekomstige activiteiten en de daarmee samenhangende risico´s. Zijn de activiteiten beperkt qua omvang en risico’s, dan kan worden volstaan met een lagere solvabiliteit. Zijn de ambities groot, dan moet ook de financiële buffer voldoende omvang hebben om de risico´s het hoofd te kunnen bieden. De minimale solvabiliteit die door Aw/WSW wordt gehanteerd is 30%.
Solvabiliteit = eigen vermogen obv beleidswaarde / balanstotaal obv beleidswaarde

Uit de voorgaande grafiek blijkt dat de solvabiliteit de komende jaren wordt gedrukt door de voorgenomen investeringen.
Loan to value
Een andere manier om te kijken naar de ontwikkeling van het vermogen is de beoordeling van de financieringsverhouding. De mate waarin het woningbezit is gefinancierd met vreemd vermogen wordt uitgedrukt in de loan-to-value ratio. Hierbij wordt de beleidswaarde als uitgangspunt genomen. Hierna wordt deze weergegeven.
LTV = nominale schuldpositie / beleidswaarde

Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de financieringsverhouding de komende jaren toeneemt. Dit is het gevolg van de ingerekende investeringen.
Sturen op efficiency
De kwaliteit van de operationele kasstromen kan worden weergegeven als efficiencyratio. Deze efficiencyratio wordt berekend door het totaal van de personele lasten, de onderhoudslasten en de overige bedrijfslasten uit te drukken in een percentage van de huuropbrengsten inclusief de opbrengsten servicecontracten en de overige opbrengsten.
In 2025 gaf Patrimonium 41% (2024: 44%) van de inkomsten uit aan personele lasten, onderhoud, heffingen en overige bedrijfslasten. Het effect van de afschaffing van de verhuurderheffing is sinds 2023 duidelijk zichtbaar. Aan financieringslasten gaf Patrimonium in 2025 19% uit (2024: 19%). De aflossingsfictie bedraagt 12% (2024: 14%).
De besteding van de ontvangen huuropbrengst per euro in de afgelopen jaren geeft het volgende beeld weer.

Financiële continuïteit
De recente meerjarenbegroting geeft een beeld dat de financiële ruimte de komende jaren onder invloed van investeringen afneemt, maar dat de continuïteit niet in gevaar komt. Het relatief hoge investeringsniveau vraagt om veel additionele financiering en door de opgelopen rente leidt dit tot negatieve kasstromen voor nieuwbouwprojecten.
De eerdergenoemde voortdurende geopolitieke politieke onrust zorgt voor veel onzekerheden. Deze komen tot uitdrukking in hogere prijsniveaus van grondstoffen en energie, een relatief hoge inflatie en rente. Het gevolg hiervan is dat het rendement op nieuwbouwinvesteringen drastisch zal dalen. Indien de prijsontwikkeling ten opzichte van de huurprijsontwikkeling structureel verder uit de pas gaat lopen, is er geen sprake meer van een duurzaam businessmodel voor corporaties.
Vooralsnog is er op basis van onze begroting geen sprake van dat de financiële continuïteit in gevaar komt. Wel constateren wij dat de marges ten opzichte van de normen steeds kleiner worden.
Patrimonium is "in control"
De directeur-bestuurder is verantwoordelijk voor het opzetten en in stand houden van het stelsel van interne beheersings- en controlemaatregelen. Dit komt met name tot uitdrukking in de administratieve organisatie, de monitoring en interne rapportering, alsmede de inrichting van de jaarverslaggeving. De systemen zijn bedoeld om een optimale beheersing van risico’s mogelijk te maken.
Deze systemen kunnen echter nooit absolute zekerheid bieden dat de doelstellingen van Patrimonium worden gerealiseerd, of dat materiële verliezen, fraude en overtreding van wet- en regelgeving niet zullen optreden. Voorts wil de directeur-bestuurder benadrukken dat de activiteiten van Patrimonium een aantal risico’s met zich meebrengen die buiten de eigen invloedsfeer liggen, zoals politieke besluiten en veranderingen in wet- en regelgeving, alsmede ingrijpende conjuncturele ontwikkelingen. Waar mogelijk worden de gevolgen van dergelijke risico’s betrokken bij de activiteiten van Patrimonium.
'In control'-verklaring
Het systeem van interne beheersing heeft ten doel eventuele risico’s tijdig te signaleren en de effecten ervan te minimaliseren. Op grond van zijn verantwoordelijkheid worden door de directeur-bestuurder de prestaties, de omgeving en de risico’s met betrekking tot de activiteiten van Patrimonium voortdurend beoordeeld en bewaakt.
De directeur-bestuurder is van oordeel dat de maatregelen van interne beheersing die door Patrimonium in acht worden genomen een basis vormen om te kunnen verklaren dat:
- de volledigheid en juistheid van de verantwoordingsrapportages gewaarborgd zijn;
- er voldoende inzicht is in de mate waarin de operationele en financiële doelstellingen worden behaald;
- de geldende wet- en regelgeving worden nageleefd;
- alle middelen in het verslagjaar zijn besteed in het belang van de volkshuisvesting, waarbij gelet is op soberheid en doelmatigheid in de bestedingen ten behoeve van de bedrijfsvoering.
Bovendien kan worden gemeld dat zich na balansdatum geen bijzondere gebeurtenissen hebben voorgedaan die, gezien het belang, vermeld dienen te worden.
Urk, 15 april 2026
Was getekend
J.H. Oosterhoff RA,
Directeur-bestuurder